Samen met Rijkswaterstaat hebben we gisteren de realisatieovereenkomst voor het project Zandsuppleties Galgeplaat en Slikken van den Dortsman ondertekend.
In opdracht van Rijkswaterstaat gaan we aan de slag met het ophogen van diverse locaties, met als doel om tot (zeker) 2050 voldoende foerageertijd te hebben voor de vogels.
De droogvallende platen in de Oosterschelde hebben een belangrijke functie als wegrestaurant voor vogels zoals de scholekster, wulp en rosse grutto. We brengen 7 elementen aan die naast het vergroten van de voedselbeschikbaarheid voor de vogels ook de golfaanvallen op de dijk van Tholen gaat verminderen.
De realisatie start in oktober dit jaar en moet eind maart 2027 gereed zijn. Het werk zal worden uitgevoerd met onder andere een sleephopperzuiger die het zand wint uit het vaargeulonderhoud en een zandwingebied en suppleert.
Zandhonger in de Oosterschelde
Door de aanleg van de Oosterscheldekering is er minder stroming in de Oosterschelde. Daardoor komt er minder zand terug op de platen, slikken en schorren waardoor ze lager komen te liggen. Ook de geulen verondiepen door deze ‘zandhonger’. Als het stormt, verdwijnt veel zand van de platen en de slikken naar de geulen.
Behoud van vogels en zeehonden in de Oosterschelde
Omdat de Galgeplaat en omliggende platen steeds kleiner worden en korter droogvallen, kunnen trekvogels minder lang voedsel verzamelen. Ook kunnen zeehonden minder lang op de plaat uitrusten. Dat zou betekenen dat op termijn er een afname is van vogels en zeehonden in de Oosterschelde zijn en dat de biodiversiteit achteruitgaat.
Door zand aan te brengen, zorgen we ervoor dat vogels, de komende 25 jaar voedsel kunnen blijven vinden en dat zeehonden er kunnen blijven rusten.