Nieuws

Boskalis Nederland levert eerste broedgebied op in kader van zeven eilandenplan

Ongestoord broeden op kale eilanden die nét niet onder water verdwijnen. Dat is wat opdrachtgever provincie Zeeland haar kustbroedvogels biedt met de op 15 november 2022 opgeleverde vernieuwde Hooge Platen. “Een klein project in Boskalistermen, maar allesbehalve alledaags”, aldus omgevingsmanager Dries Hof.

De Hooge Platen is een slik- en zandplatencomplex in de Westerschelde dat bij vloed bijna volledig onder water verdwijnt. Hof: “Dit herstelproject omvat twee zandsuppletiewerken middenin een Natura 2000-gebied. ‘De Bol’ aan de westzijde van de zandplaat stak al boven het water uit. Een nieuwe banaanvormige laag van 80.000 kuub zand gaat het eiland de komende jaren onderhouden als een soort zandmotor. De ‘Hooge Springer’ aan de andere kant van de plaat, hoogden we met 95.000 kuub zand op tot een pannenkoekvormig eiland, bedekt met 5.000 kuub schelpen. Niet alleen kustbroedvogels, maar ook andere dieren zoals zeehonden profiteren mee van deze nieuwe rustplaats.”

Hergebruik lokaal baggerzand
Over de herkomst van het materiaal waren alle partijen het eens: hoe minder vaarkilometers, hoe beter. Het kwam goed uit dat Boskalis dit jaar verantwoordelijk was voor het jaarlijkse onderhoudswerk aan de Sardijngeul bij Vlissingen, in opdracht van Rijkswaterstaat. De twee projecten combineren was meer dan logisch. “Als Rijkswaterstaat willen we er alles aan doen om de uitstoot van onze activiteiten zo laag mogelijk te houden”, zegt Tijmen Fongers, omgevingsmanager en medeverantwoordelijk voor de zoute baggerwerken van Rijkswaterstaat. “We stonden dus meteen achter het idee van Boskalis om het gebaggerde zand uit de Sardijngeul te hergebruiken voor deze herstelmaatregel onder het Natura 2000-plan. Dat we hiervoor wat moesten schuiven in onze onderhoudsplanning hadden we er graag voor over. Met onze beheerder hebben we gekeken naar het gevolg van later baggeren op de nautische veiligheid en de beschikbare hoeveelheden zand in de Sardijngeul. Onder de streep betekende deze oplossing voor zowel Rijkswaterstaat als het project Hooge Platen minder kosten en minder uitstoot, win-win dus.”

Zeven Eilandenplan
“Zeeland was ooit een dynamisch eilandengebied”, legt Wannes Castelijns, hoofd ecologie, landschap en erfgoed bij Het Zeeuwse Landschap uit. “Kustbroedvogels zoals de dwergstern en de grote stern hadden toen nog alle ruimte om veilig te broeden op de scheidslijn tussen het natte en het droge. Intussen zijn alle Zeeuwse eilanden met elkaar verbonden, de stranden druk met recreanten en de kustgebieden dichtbebouwd. Verbinding met het vaste land betekende de introductie van de vos en andere predatoren. Kortom, succesvolle voortplanting van deze vogels is nu steeds afhankelijker van de creatie van geschikte broedplaatsen zoals op de Hooge Platen.”

Het werk aan de Hooge Platen maakt deel uit van het Zeven Eilandenplan. In dit plan – opgesteld door Het Zeeuwse Landschap en provincie Zeeland – worden zeven locaties in de Ooster- en Westerschelde aangewezen waar potentiële broedeilanden kunnen worden gecreëerd. “De projectlocaties op de Hooge Platen zijn daar de eerste twee van en zien we als een pilot”, zegt Castelijns. “Bij bewezen succes willen we verder kijken naar de andere locaties.” Het Zeven Eilandenplan is naast een kleine Europese subsidie grotendeels gefinancierd door provincie Zeeland. Gedeputeerde Anita Pijpelink geeft aan waarom: “De biodiversiteit staat onder druk, ook in onze provincie. We moeten zuinig zijn op wat we hebben en extra (robuuste) natuur ontwikkelen. Het opspuiten van de Hooge Platen is een van de grootste projecten in zijn soort van de afgelopen tien jaar.”

Uitvoeringsvrijheid in kwetsbaar gebied
Hoewel de uitvoering slechts 17 dagen in beslag nam, ging er een lang traject aan vooraf. Technologisch instituut Deltares ontfermde zich over de grote lijnen van het ontwerp. Vervolgens nam provincie Zeeland ingenieursbureau Arcadis in de arm om het ontwerp te specificeren en te vertalen naar een werkbaar contract. Onder andere morfoloog Jelmer Cleveringa en projectmanager Jorrit van Zanden werkten twee jaar hard om de opdracht op de markt te krijgen. Alleen al het regelen van de set met vereiste vergunningen en toestemmingen was een hele opgave. Niets is doorsnee, in een gebied met zulke hoge natuurwaarden.”

Cleveringa: “We hebben vanaf het begin geprobeerd om de complexiteit van de uitvoering én het gebied goed te begrijpen. Enerzijds wilden we de aannemer voldoende speelruimte geven om het werk uit te voeren, anderzijds moesten we heel duidelijk zijn over de risico’s en beperkingen die komen kijken bij werken in dit Natura 2000-gebied.” Van Zanden: “Gesprekken met lokale deskundigen waren essentieel om gevoel te krijgen bij de omgeving en materie. Die gesprekken waren onder meer doorslaggevend bij onze keuze om de Hooge Springer te bedekken met een laag schelpen. Die bleken essentieel voor een goed broedhabitat én ideaal om verstuiving tegen te gaan.” Van Zanden benadrukt dat de ruimte voor deskundigheid en ervaring in het contract op professionele wijze is ingevuld door Boskalis Nederland. “Ondanks de complexiteit hebben ze het werk zeer deskundig en vlot uitgevoerd.”

Toegewijd beheer
Waar Boskalis zich intussen heeft teruggetrokken van de Hooge Platen, is het werk voor Het Zeeuwse Landschap pas net echt begonnen, benadrukt Castelijns. “De verdere uitvoering van het Zeven Eilandenplan is afhankelijk van het succes van deze pilot. Naast het monitoren van de vogelstanden gaan we ons actief inzetten om de Hooge Platen te beschermen tegen recreanten. Dat doen we met bebording en zelfs door op drukke dagen met een boot de wacht te houden. Zo geven we de natuur de ruimte die ze verdient.”

Back to top